Als een tiende van de parken, tuinen en dakterrassen wordt omgebouwd tot stadsboerderijen, kunnen deze 15 procent van het eten voor stadsbewoners leveren. Dat blijkt uit een Britse studie, waarin onderzoekers op basis van satellietbeelden berekenden hoeveel mogelijke stedelijke landbouwgrond er is. Meer stadslandbouw kan steden en landen zelfvoorzienender en gezonder maken, denken de onderzoekers.

In de studie werd de stad Sheffield in het Verenigd Koninkrijk geanalyseerd. Een computerprogramma keek naar satellietbeelden en zag welk deel van de beelden een groene kleur had en welk deel grijs was. Het blijkt dat de stad, net als de meesten, verrassend groen is: 45 procent van het stadsoppervlak bestaat uit parken, braakliggend land, weilanden, bos en tuinen. Dat grUWERoen is belangrijk voor de gezondheid van de stadsbewoners, en geeft ze bijvoorbeeld ruimte om te wandelen.

Maar je kan die grond ook voor iets anders gebruiken. Stel dat al die groene ruimte verandert in landbouwgrond. Dan zou – in het geval van Sheffield – meer dan genoeg groenten en fruit verbouwd kunnen worden om de stedelijke bevolking te voeden. Zelfs als er maar 10 procent van die groene ruimte stadsboerderij wordt, kan een zesde van het stadsvoedsel lokaal verbouwd worden.

Minder CO2-uitstoot

Dat is goed voor de CO2-uitstoot, want er zijn minder vrachtwagens, schepen en vliegtuigen nodig om alle courgettes en spinazie aan stedelijke supermarkten te leveren. “Nu zijn steden in Engeland afhankelijk van ingewikkelde ketens, terwijl ons onderzoek laat zien dat er genoeg ruimte is om de groenten op onze eigen drempel te laten groeien”, vat Jill Edmondson, miliewetenschapper bij de University of Sheffield het onderzoek samen.

 

De bevindingen zijn volgens de onderzoekers toepasbaar op de meeste (Westerse) steden. Of het in Nederland ook nodig is om straks dakterrassen om te bouwen tot groentekassen, is de vraag. Nederland heeft een relatief grote hoeveelheid kassen, waardoor veel groenten al lokaal worden verbouwd. Stadsboerderijen zijn hier dan ook nog niet heel populair; het blijft vaak bij experimenten.

Grote verandering

Voor andere landen kan meer stadslandbouw echter een groot verschil maken in de bevoorrading, kwaliteit en prijs van groenten. Niet dat het makkelijk is om in korte tijd een stad geschikt te maken voor landbouw. “Het zal een grote culturele en sociale verandering eisen om een deel van het groene stadslandschap te verbouwen tot landbouwgrond”, zegt Duncan Cameron, mede-auteur van het onderzoek en ook werkzaam bij de University of Sheffield.

Als een tiende van de parken, tuinen en dakterrassen wordt omgebouwd tot stadsboerderijen, kunnen deze 15 procent van het eten voor stadsbewoners leveren. Dat blijkt uit een Britse studie, waarin onderzoekers op basis van satellietbeelden berekenden hoeveel mogelijke stedelijke landbouwgrond er is. Meer stadslandbouw kan steden en landen zelfvoorzienender en gezonder maken, denken de onderzoekers.

In de studie werd de stad Sheffield in het Verenigd Koninkrijk geanalyseerd. Een computerprogramma keek naar satellietbeelden en zag welk deel van de beelden een groene kleur had en welk deel grijs was. Het blijkt dat de stad, net als de meesten, verrassend groen is: 45 procent van het stadsoppervlak bestaat uit parken, braakliggend land, weilanden, bos en tuinen. Dat grUWERoen is belangrijk voor de gezondheid van de stadsbewoners, en geeft ze bijvoorbeeld ruimte om te wandelen.

Maar je kan die grond ook voor iets anders gebruiken. Stel dat al die groene ruimte verandert in landbouwgrond. Dan zou – in het geval van Sheffield – meer dan genoeg groenten en fruit verbouwd kunnen worden om de stedelijke bevolking te voeden. Zelfs als er maar 10 procent van die groene ruimte stadsboerderij wordt, kan een zesde van het stadsvoedsel lokaal verbouwd worden.

Minder CO2-uitstoot

Dat is goed voor de CO2-uitstoot, want er zijn minder vrachtwagens, schepen en vliegtuigen nodig om alle courgettes en spinazie aan stedelijke supermarkten te leveren. “Nu zijn steden in Engeland afhankelijk van ingewikkelde ketens, terwijl ons onderzoek laat zien dat er genoeg ruimte is om de groenten op onze eigen drempel te laten groeien”, vat Jill Edmondson, miliewetenschapper bij de University of Sheffield het onderzoek samen.

 

De bevindingen zijn volgens de onderzoekers toepasbaar op de meeste (Westerse) steden. Of het in Nederland ook nodig is om straks dakterrassen om te bouwen tot groentekassen, is de vraag. Nederland heeft een relatief grote hoeveelheid kassen, waardoor veel groenten al lokaal worden verbouwd. Stadsboerderijen zijn hier dan ook nog niet heel populair; het blijft vaak bij experimenten.

Grote verandering

Voor andere landen kan meer stadslandbouw echter een groot verschil maken in de bevoorrading, kwaliteit en prijs van groenten. Niet dat het makkelijk is om in korte tijd een stad geschikt te maken voor landbouw. “Het zal een grote culturele en sociale verandering eisen om een deel van het groene stadslandschap te verbouwen tot landbouwgrond”, zegt Duncan Cameron, mede-auteur van het onderzoek en ook werkzaam bij de University of Sheffield.

We zien dan ook dat de warmere stromen sterker worden en steeds meer de koude stromen verdrijven, waardoor het ijs op de polen sneller smelt. We zien veel vochtige warmere lucht verplaatst worden. Het regenwoud verdroogt. Door ontbossing wordt dit effect nog eens versterkt. We zien de moesons veranderen. De woestijn wordt steeds groter. Kortom: we zien allerlei gevolgen door de verandering van de lucht- en waterstromen en de temperatuur ervan. Het lijkt er op dat deze veranderingen onomkeerbaar worden. We moeten er rekening mee houden dat deze systemen, cruciale onderdelen van de aarde, niet in enkele jaren hersteld of herbouwd kunnen worden.

About richard

Schrijf een reactie