Het vraagt lef om integraal te denken. Het vraagt moed om bestaande systemen opnieuw te bevragen en andere ontwerpen voor te stellen. En: het vraagt een diepere laag van gezamenlijke betrokkenheid om in een huidige tijd van polarisatie, verwarrend nieuws en sterke krachten op technologisch en financieel gebied een nieuwe routekaart te schetsen.
Deze Green Paper wil deze drie dimensies bespreekbaar maken op het gebied van Voedsel, Omgeving, Landbouw en Gezondheid: het VOLG concept. Het is een eerste schets die vraagt om input en aanscherping vanuit diverse hoeken van sociale, bedrijfsmatige, politieke en moreel en zelfs liturgische insteken.  Maar dat maakt dit proces ook boeiend: we raken direct de vragen van mens‑zijn, maatschap‑zijn en antwoord‑geven op de diepere werkelijkheden van kosmos, anthropos en theos.
Eerst wordt de urgentie geschetst om opnieuw na te denken over ons voedselsysteem, verbonden met het gezondheidssysteem en ingebed in omgeving en landbouw.
Vervolgens wordt een contour geschetst van een nieuw ontwerp waarin de basisvragen rond het bestaande (voedsel)systeem worden gesteld en mogelijke nieuwe antwoorden worden verkend.
Routekaart
Als derde een ontwerp van een routekaart die voor een nieuw kabinet als uitgangspunt zou genomen kunnen worden voor een maatschappelijke transitie/transformatie op dit integrale model van Voedsel/Omgeving/Landbouw en Gezondheid.
Tenslotte: welke stappen we kunnen zetten om deze routekaart te implementeren in de maatschappelijke, politieke en moreel/liturgische frames.
Artikel van J.Huijgens
Eemlandhoeve Inspiratiehuys
Bisschopsweg 7
3752 LK Bunschoten
janhuijgen@eemlandhoeve.nl
www.bb4food.nl
www.burgerboerderijen.nl

Context met Urgentie

Een drietal ontwikkelingen rond de landbouw laten een urgentie zien om door te vragen:
1. Onmachtige voedselketens die nog landbouw, nog omgeving, nog gezondheid sparen
2. High Tech/Big Tech als verdere aanjager in die onmachtigheid
3. Onmogelijke basis voor jonge boeren om het landbouwbedrijf te continueren. Dit betekent een kaalslag op het platteland
4. Maatschappelijke verdiepingsslag: op zoek naar een nieuw wervend verhaal
Ad 1. Onmachtige ketens
Ketens zijn sterk geworden rondom landbouw. Zowel in de financiële ketens (rol van banken in de landbouw), verpachtende instanties (TBO’s, grondposities), controlerende instanties (waterschap, gemeenten, milieu, brandweer, RVO, Skal, SNL, I&R e.a.), techbedrijven (machinebedrijven/melkinstallaties bedrijven, overige tech/data bedrijven), de directe ketens van toeleverend en
verwerkend, als met name ook de retailketens: een aantal sterke inkoopcombinaties die via vraag/aanbod – met zowel aanbod in binnen‑ als buitenland – de prijzen van primaire producten laag
houden. Zolang deze krachtenvelden het dominante speelveld blijven bepalen, zal hoogstens kleine
marge veranderingen onder druk van maatschappij en overheid zich voordoen, maar geen structurele
aanpak. In centen: er komen een paar centen bij/product ipv de ⅓  tot ¼ van de productprijs die een
boeren extra nodig heeft om rendabel en duurzaam te draaien. PBL heeft recentelijk ook nog
aangegeven: de echte veranderingen rondom duurzaamheid rond voedsel zijn teleurstellend. Ketens
houden elkaar in de houdgreep, ze concurreren nog steeds op de prijs met een paar hoofdrolspelers –
en dat betekent dat primaire producenten in een onmachtig speelveld zitten. Waarbij de ketenspelers
ook zelf onmachtig worden om echte structurele veranderingen door te voeren. Externalisering van
de kosten voor bodem/biodiversiteit/ boeren en mogelijk eigen body (4B’s) is blijvend aan de orde.
Het vraagt lef om dit onder ogen te zien – niet te verbloemen met schone schijn van marketing – en
een robuuste bypass  te ontwikkelen die de verhoudingen op scherp kan zetten: de rechtstreekse
verbindingen tussen burger en boer herstellen. Daarmee een  countervailing power
 opbouwen die vervolgens tot structurele veranderingen kan leiden in de bestaande ketens. Dus: niet bestaande ketens wegdoen, laten bestaan, ook niet teveel
energie aan besteden, maar een offensieve strategie om tot een nieuwe balans te komen die vervolgens de ketens meer onder druk kan zetten. Dat geldt zowel qua financiering, qua verwerking
als qua retail.
Ad 2. High Tech/Big Tech als verdere aanjager van onmachtigheid
Wie het machten‑ en krachtenveld overziet dat aankomend is, zal merken dat dit proces van verdere
concentratie van geld/macht rond de landbouw alleen maar intensiveert. Als Amazon voor 13,7 mrd
in Amerika de complete Whole Food keten opkoopt, voor 3 mrd 3000 Amazon Go winkels bouwt
(zonder caissières – scan op je blauwe of anders gekleurde ogen) de data nog meer gebruikt van het
winkelend publiek en de prijzen van voeding met 30% verlaagt – dan weet je: het zal het bestaande
recept nog meer versterken: lage prijzen – met het besef: ergens wordt opnieuw een prijs betaald –
de bodem, de biodiversiteit, de boer en als je niet oplet: je eigen body.
Het vraagt opnieuw lef om dit in de ogen te zien en niet weg te lopen. Het vraagt van een overheid
moed en daadkracht om nieuwe wegen te zoeken. En: bewustzijn van burgers, boeren, regionale
bestuurders en ambachtelijke bedrijven om met elkaar een eigen route te ontwikkelen: een
Maatschappelijk Gezond Voedselsysteem met een maatschap van burger/boer, gezond voor bodem
en lijf en als een regionaal systeem te verankeren.
Ook hier geldt: niet laten intimideren of verlammen door het krachtenveld. Met dat dit ontstaat,

ontstaat ook bewustzijn en draagvlak van mensen die hun verantwoordelijkheid weer oppakken – en

mogelijk op alle levels een strategische oriëntatie voor een verankerd voedselsysteem dicht bij
mensen.
Ad 3. Onmogelijke basis voor de jonge boer
Wie de kapitaalintensiteit ziet van het boerenerf met dure gronden, zware geïnvesteerde gebouwen
en
up to date
 machines en uitrusting zal merken dat dit eerder als een last dan als een lust zit bij
boeren. Hun dan als miljonairs te boekstaven is eerder een toonbeeld van ironie dan het echte leven
te durven proeven.
Voor jonge boeren wordt het steeds meer een grote opgave om het ouderlijk bedrijf voort te zetten.
Qua kapitaalrendement niet meer te financieren, qua arbeidsinzet zeer intensief met alle instanties
rondom, en qua arbeidsbeloning in geen verhouding meer tot de soortgenoten die gewoon hun baan
hebben.
Zeker in verstedelijkte gebieden met hoge grondprijzen en pachten die op die grondprijzen zijn
gebaseerd, is er nauwelijks tot geen toekomst. De komende 5‑10 jaar zullen cruciaal zijn of 1/3 van de
boeren (en jonge boeren) zich nog meer geketend in de ketens zullen voegen, 1/3 die sowieso stopt
met de grondposities die hiermee samenhangen en 1/3 überhaupt nog nieuwe wegen zal vinden om
het boerenbedrijf voort te zetten. Anders is het in veel gebieden over en uit met het klassieke
boerenbedrijf die van generatie op generatie overgedragen kon worden. Regionale overheden van
dorpen/steden en provincies: durf opnieuw naar je boerenstand te kijken over 10 jaar en de impact
die het heeft als de veranderingen zich versneld doorzetten die zich nu aftekenen. Burgercollectieven:
ga opnieuw je relatie aan met je leefomgeving waar je eigen kinderen en je kindskinderen hun leven
doorbrengen. En: neem je verantwoordelijkheid – de nieuwe omgevingswet biedt jou weer die
ruimte.
Opnieuw: het vraagt lef om vooruit te willen kijken en de overdrachtsfase van oud/jong opnieuw echt
door te maken. Liever wat idyllische plaatjes en wat mooie algemene verhalen, dat de pijn door te
maken van de loyaliteit die jongeren hebben voor het ouderlijk bedrijf, en de breuk die hierin ontstaat
als geen andere oplossingen gevonden worden.
Ad 4: op zoek naar een nieuw wervend verhaal
Tegen de achtergrond van een polariserende maatschappij in links en rechts, vraagt dat om een stevig
en robuust open midden, met ruimte naar links/rechts om een eigen wervend verhaal te hebben.
Voorbij de schone schijn, niet geïntimideerd door de machten/krachten, staand in de modder van een
pijnlijke realiteit geeft ook een zuivering/aanscherping van waar je voor gaat staan. Uit de bronnen
van onze eigen tradities (het ‘gelijk’ van nieuw rechts), in de ogen ziend van de wrange scheefgroei in
de ketenmacht (het ‘gelijk’ van links) op zoek naar het krachtige midden van waaruit het feitelijke
externaliseringsgeweld van de markt (‘ergens wordt een prijs betaald’) tegemoet getreden kan
worden met een gedurfd nieuw ontwerp. Zoals een architect kritisch kijkt naar het ontwerp van ons
huidige bouwwerk, om daarmee een ‘architectonische kritiek’ te hebben, weer een moedig nieuw
ontwerp te maken. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Mansholt dat gedaan voor landbouw,
omgeving  en voedsel – en het tekent de grootsheid van deze man dat hij er later op terugkwam en
voorzette maakte voor een nieuwe route. Vanuit Europa hebben we reeds een aantal nieuwe
aanzetten hiervoor gekregen rond voedsel, platteland en verbreding van de landbouw. Dat verder
doorwerken richting een nieuw sociaal ontwerp voor Voedsel Omgeving, Landbouw en Gezondheid

(het VOLG concept) vraagt om gezamenlijke inspanning vanuit verschillende hoeken. Politiek is hierin

aanzet, maar nu in samenwerking met Maatschappelijke, Ministeriële, kennis‑ en bedrijfsmatige
invalshoeken. En: je raakt de diepere mentale, morele en zelfs liturgische waarden (liturgie: letterlijk ‑
dienst aan de maatschappij) om weer de moed te vatten nieuwe wegen te bewandelen. Tegenover de
patstellingen die ontstaan vanuit een doorgevoerde polarisatie en reactionair populisme (zie Brexit,
zie Amerika, zie Turkije e.a.) vraagt dat om de ‘moed tot cultuur’ – zoals een oude leermeester ons
voorhoudt.
2. Contour van een nieuw ontwerp
Als ketens opnieuw uitgedaagd moeten worden om vanuit een breder sociaal‑cultureel
waardenpatroon te opereren, als met High/Big Tech deze externaliseringsslag nog verder opgevoerd
zal worden en als een nieuwe generatie niet meer de ruimte vindt om via het bestaande ontwerp een
eigen plek in te nemen, zullen we maatschappelijk, politiek en moreel het lef moeten hebben om een
nieuwe ontwerp te tekenen. En: juist midden in deze tijd met alle mogelijkheden op technologisch,
financieel, community en digitaal gebied. Ingebed verhaal binnen een sociaal‑ecologisch en fair
economisch bestel.
En dat vraagt lef, gezamenlijkheid en ook een beroep op sociale waarden die moeten uitmonden in
een handelingsperspectief voor burgers. Politiek is hier aan zet om dat bredere perspectief te
schetsen en mensen daarin mee te nemen.
In dat nieuw ontwerp is Voedsel dat verbindt. Elke burger van jong tot oud, van rijk en arm, van
globetrotter tot buurtbewoner – eet.  Drie tot vier keer per dag, met daarnaast nog de vieringen,
feesten, levensritme patronen.
Dat op dit vlak een sterke strijd wordt gevoerd door de marketing met de schone schijn is voor ieder
weldenkend mens duidelijk. We worden allemaal meegenomen in deze mooie wereld van kleuren,
geuren en smaken.
Maar dat biedt ook een aanknopingspunt om tot vernieuwing te komen.
Met de frames:
●Rondom het goedkoopste: ‘ergens wordt een prijs betaald’;
●Eet van lokale intacte ecosystemen;
●Investeer weer in je eigen omgeving, je eigen voedselboerderij;
●Het leven in de bodem en het leven in je darmen zijn verbonden;
●Kies een levensstijl van seizoenaal, regionaal, organisch, duurzaam;
●Dichterbij scheelt veel verpakking, transport en koelingen;
●Bouw weer aan een regionale economie en voedselsysteem;
●Gun je kinderen en kindskinderen weer een leven van de natuur;
kun je mensen weer van heel dichtbij raken.
Zeker in de context van de urgentie zoals onder hoofdstuk 1 beschreven – ook die weer concreet
maken – bouw je een nieuw kader op voor betrokken burgers die hun verantwoordelijkheid dichtbij
weer willen oppakken. Zeker ook voor de jongere generatie die soms veel sterker voelen welke
kwetsbaarheden in ons politieke, maatschappelijke, financiële en technologische bestel aanwezig zijn.
Voor het VOLG‑ concept de volgende voorlopige concrete uitwerkingen (met crowd science rond de
Eemlandhoeve en kennis‑ en businesspartners dit verder uitwerken) :
1. De boerenstand staat op een driesprong:
⅓   wordt groot en ingevoegd in ketens,
⅓   gaat stoppen: let op de grondposities – waar gaan die naar toe? En
⅓   zoeken naar nieuwe wegen.
Als we niks doen zal ⅓   overblijven in ketens en 2/3 zal verdwijnen. Bereken de impact van dit
proces in deelgebieden – Midden Delfland, Eemland, Veluwezoom e.a.?
2. Regionale bestuurders met open vizier: zij hebben primaire verantwoordelijkheid voor wat
zich in de leefomgeving van hun burgers plaatsvindt. Vind er een kaalslag plaats waarmee een
boerenstand verdwijnt – het restant ingevoegd in industriele ketens – of is er een
ontwikkelmodel voor een nieuwe boerengeneratie die goed opgeleid de directe verbinding
met de eigen stedelijke/dorpse omgeving kan opbouwen – en: goed zicht houden op de
grondposities – wat te doen met ⅓   van de boerengrond die stoppen?
3. Burgercollectieven/ burgercoöperaties die zich zorgen maken over hun leefgebied. In de
nieuwe omgevingswet is er ruimte om naast markt/overheid ook de ‘derde poot’ burgers te
versterken. Gekoppeld ook aan maatschappelijke organisatie rondom groene, faire, gezonde
en smaak thema’s: dat raakt allemaal aan voedsel – daarmee ook nieuwe betrokkenheid
genereren – tot in het financiële domein toe
4. Opschalen vanuit verschillende regionale initiatieven op landelijk niveau: het platform
bb4food met burgers, boeren, bestuurders en (ambachtelijke) business verdiepen/ en
uitwerken.
5. Verdiepen en concretiseren in het concept van burgerboerderijen.nl waarbij de burger weer
aan de knoppen komt rondom zijn voedselsysteem:
a. knop 1: ik doe mee,
b. knop 2: ik bestel,
c. knop 3: ik participeer.
Diverse typen boerenbedrijven zijn hiermee al aan het experimenteren: herenboeren,
heideboeren, burgerboeren, natuurboeren, multifunctionele boeren – geflankeerd door LTO
die deze beweging ook faciliteert en ondersteunt.
6. Een verdiepingsslag met het duurzaamheidsdomein: kortere ketens, seizoenaal eten e.a
geven veel minder verspilling, verpakking, klimaateffecten e.a. Zie model van Jack Rockstrom
in Eet Goed – goede analyse met schema’s voor uitwerkingen.
7. Verdiepingsslag ook met Gezondheidsthema’s: goed eten geeft minder gezondheidskosten –
durven we dit lifestyle thema ook vanuit meerdere ministeries aan te vliegen:
landbouw/voedsel, scholing/educatie/ infrastructuur/milieu en vws gezondheid, aangevuld
met economie en buitenland.
8. Goede proefplekken/ Living Labs waar je dit weer kunt laten zien: herstel van de regionale
voedselcultuur in nabijheid van stedelijke gebieden waarin burgercollectieven,
boerencollectieven en overheden weer een gezamenlijke insteek vinden. Met architecten en
rekenaars deze modellen uitwerken‑ Rijksbouwmeester + Rijksadviseur voor landschap hierin
betrekken.
9. Tot in het financiële domein: zowel qua financiering (burgers participeren in hun
voedselsysteem) als qua vergoeding – in natura producten met daarnaast ecologische en
sociaal rendement op de boerenplekken – vraagt ook inbedding in ministerie van financiën.
3. Routekaart v
oor tr
ansforma
tie
In aansluiting bij de toekomstscenario’s van Brussel met daarin de nadruk op route II Regionale
Zelforganisatie. Daarin wordt op een lager level (conform het subsidiariteitsprincipe) de
verantwoordelijkheid opgepakt voor voedsel/ omgeving/ landbouw en gezondheid.
Binnen deze regio’s wordt geïnventariseerd welke voedselbehoefte uit de regio vervuld kan worden –
20/30% ‑ en vertaald in een aanpak: hoe kan een gezond voedselpatroon er uitzien als we de regio als
basis nemen. Regionaal is dan b.v. een eerste cirkel van 30‑50 km rondom een gebied met een divers
landschap als uitgangspunt.
Vanuit die ‘vraag’ wordt teruggeredeneerd naar de ‘aanbod’ kant : hoeveel boeren zijn in staat deze
regionale, seizoenale, voedseldiverse, organische gezonde voeding te voldoen.
Dat vertaald zich in een ambachtelijk verwerkingsplek en handels/logistieke centrum die als een
Regionaal food park gekozen kan worden in een regio. Vanuit een integraal perspectief gedacht
komen op deze plekken ook de maatschappelijke waardestructuren terug: klimaatneutraal, weinig
verspilling, korte logistiek, sociaal ingebed en ecologische rijke gebieden.
Via een impactstudie worden de impacts op klimaat, ecologie, gezondheid, ambachtelijke economie,
sociaal e.a. waarden verkend.
Dat leidt tot een investeringsplaatje waarin:
Overheden participeren;
Burgers participeren – met rendement in natura;
Ambachtelijke business investeert;
Overige actoren zoals kennis, onderzoek, financiering e.a. inbrengen.
Met deze maatschappelijke impact en businesscase kunnen meerdere regio’s deze aanpak
generaliseren.
Om hier een bredere maatschappelijke routekaart voor te ontwikkelen dienen de regionale
initiatieven zich te bundelen onder leiding van de nationale overheid. Het idee van een Taskforce
Sociale Innovatie VOLG (zie bijlage) kan daarmee vorm gegeven worden. Een mogelijk duurzame en
langere termijn financieringsaanpak:
●Burger/boer componenten: 10 miljoen (= 10.000 burgers x 1000 euro)
●Regionale overheidsfondsen ‑ provincies: 10 miljoen
●Nationale overheid 10 miljoen  (regio fondsen, nationale en Europese fondsen)
Geeft totaal 30 miljoen over een kabinetsperiode van vier jaar 2020‑2024: 4 x 30 miljoen = 120 miljoen euro.
Daarmee kan deze strategie verder uitgewerkt en verdiept worden, in aansluiting bij de initiatieven
die reeds aanwezig zijn. De kiemen mogen tot ontwikkeling komen.

4. Implementatie : welke stappen kunnen we zetten?

Stap I Gedragen stuk met ambitie en aanpak: met werkteam dit document verder
aanscherpen/uitdiepen/vormgeven.
Stap II Sterke /robuuste coalitievorming vanuit het open midden: beginnen bij de politiek en
maatschappelijke partners, kenniswerkers e.a.
Stap III Netwerk ontwikkeling  binnen politiek, ministerie, minister voor inbedding /dossiervorming.
Stap IV Inbedden met regionale partners,  nationale partners en Europese partners.
Stap V Najaarsconferentie voor eerste positionering.
Stap VI Gewoon beginnen, excursie naar Broedplekken, politiek en andere kunnen dit proces
versterken middels een Taskforce e.a.
Stap VII Alert blijven op nieuwe kansen/ mogelijkheden/ politieke sensibiliteit.

About richard

Schrijf een reactie

LinkedIn
Share