bron rd.

Zolang de economie de ethiek blijft bepalen, gaat de aanpak van de klimaatverandering niet werken, denkt Maarten Verkerk, hoogleraar christelijke filosofie aan de TU Eindhoven. Hij bepleit een radicale omkering van waarden.

 

In de ruime woonkamer van zijn villa in Hoensbroek wijst prof. Verkerk omhoog. „Ik heb vijf jaar geleden mijn huis zwaar geïsoleerd: het dak, de muren en de vloer. In de verwarmde vertrekken is driedubbelglas geplaatst. En op het dak liggen heel wat zonnepanelen. Inmiddels hebben we het energieverbruik van een kleine tussenwoning. Het liefst zou ik er een energie­neutrale woning van maken.”

 

Voor de dubbele garage staat geen luxe limousine, maar een Volkswagen Polo BlueMotion. Een bewuste keuze. „Op de snelweg rijd ik hiermee 1 op 30 bij een snelheid van 100 kilometer per uur. Het liefst zou ik een elektrische auto aanschaffen, maar op één acculading kom ik nog niet ver genoeg.” Verkerk is duidelijk bewust bezig met het klimaat.

 

Onverdeeld gelukkig met de aanpak van de klimaatproblematiek, zoals die deze de afgelopen weken aan de orde is gekomen in Parijs, is hij niet. Die is volgens hem niet voldoende.

 

Waarom niet?

„De nadruk ligt momenteel op technische oplossingen: hoe krijgen we de CO2-uitstoot omlaag? Dat roept economische vragen op, zoals: wie gaat dat betalen en wat levert het op? Vervolgens is er politieke moed nodig om de maatregelen door te voeren. En daar zit een groot probleem.”

 

Waarom leidt deze benadering niet tot oplossingen?

„In het huidige neoliberale klimaat wordt de vraag naar de achter­grond van de klimaatcrisis niet meer gesteld: Hoe heeft het zover kunnen komen? Welke grote drijfveren zaten erachter?”

U citeerde in 2010 in Beweging, het tijdschrift van de Vereniging Reformatorische Wijsbegeerte, Lynn White, die het christendom de schuld geeft van de huidige klimaatproblemen. Hoe komt deze Princeton-hoogleraar daarbij?

„Door het christendom werd de aarde niet meer beschouwd als goddelijk, zoals in de heidense visie. De Bijbel spreekt in Genesis 1 over „onderwerpen” en „heerschappij hebben.” Dat biedt volgens White ruimte om de aarde naar believen te exploiteren.

Maar op zijn argumentatie is nogal wat af te dingen. In het christendom is juist rentmeesterschap belangrijk, het „bouwen en bewaren.” De aarde is als een landgoed. Op dat landgoed zijn alle mensen afhankelijk van de rentmeester, en de rentmeester is afhankelijk van hen.

Puur geredeneerd vanuit het christelijk denken staat niet de exploitatie van de aarde centraal, maar het dienen van God en de naaste.”

 

Waar komt dan het idee van exploi­teren vandaan?

„In de zestiende eeuw zijn er twee belangrijke bewegingen aan te wijzen: de Reformatie en de renaissance. De renaissance was een vernieuwingsbeweging die de mens in het middelpunt stelde. „De mens boetseerde zichzelf naar een zelfgekozen vorm als een vrij en soeverein kunstenaar”, schreef de Italiaanse denker Pico Della Miran­dola. Het ”Ik denk, dus ik ben” van René Descartes is te beschouwen als een hoogtepunt in deze traditie. En daarin heeft de natuur geen eigen –intrinsieke– waarde.”

Wat is het gevolg van dat denken geweest?

„Door de renaissance is het zicht op de hemel langzaam verdwenen: de mens nam de plaats van God in. Hij staat tegenover de schepping en kan ermee doen wat hij wil.

In de achttiende eeuw kwam daar de verlichting overheen. De mens was ook daar de ”maat van alle dingen” en beschouwde zich als een god. De mens bepaalt de ethiek, die uiteindelijk is gefundeerd in de menselijke rede. Dat uitgangspunt maakte de exploi­tatie van de schepping mogelijk.

In het christelijk denken maakt de mens deel uit van de geschapen werkelijkheid. Een christen heeft te maken met een transcendente God, een God Die buiten onze zichtbare werkelijkheid staat. Dat is een groot verschil.”

Is hiermee het christendom vrijgepleit?

„Dat ligt nogal gecompliceerd. renaissance en Reformatie zijn namelijk sterker met elkaar vervlochten dan weleens wordt gedacht. De Reformatie is weleens de eerste seculariseringsgolf genoemd, vanwege het idee dat de kerk alleen gaat over de kerk, en niet over de staat en de wetenschap: er kwam een scheiding van sferen. Hierdoor heeft de Reformatie de weg vrijgemaakt voor de ontwikkeling en de verspreiding van wetenschap en techniek.

Christenen hebben in de achttiende eeuw mede de verlichting vormgegeven. Denk aan Francis Bacon, Isaac Newton, en Immanuel Kant; dat waren belijdende christenen.

Ook christenen kwamen in de greep van het vooruitgangsgeloof. Doordat de notie van de erfzonde op de achtergrond raakte, meenden ook zij dat de mens verbeterbaar was.

Christenen en humanisten stonden zij aan zij bij de opbouw van onze cultuur. Zij hebben gezamenlijk bijgedragen aan de uitputting van grondstoffen en de klimaatverandering. Ze dragen beiden schuld. Tegenover arme landen die leeggeroofd zijn en tegenover toekomstige generaties die opgezadeld zijn met een grondstoffentekort en een uit de hand lopend klimaatprobleem.”

Waar ligt volgens u de oplossing?

„We zullen moeten nadenken over de verhouding tussen de mens en de werkelijkheid waar deze in leeft. Momenteel is de neoliberale tijdgeest ongelooflijk machtig. De nadruk ligt op het individu, zodat niet kan worden teruggevallen op een breed gedragen opvatting. Iedereen geeft vorm aan zijn eigen leven en bepaalt zijn eigen ethiek. Daar zullen we iets op moeten vinden.”

Hoe dan?

„Mensen moeten innerlijk worden aangesproken op hun diepe motivaties om dingen te laten of juist te doen. Wat drijft een mens? Ons milieudenken zou moeten uitgaan van respect voor de eigen waarde van de schepping als het werk van Gods vingeren –zie Psalm 8–, en niet in de eerste plaats van geld.”

U bepleit dus een omkering van waarden?

„Inderdaad. In de huidige neo­liberale samenleving is de economie allesbepalend: het geld bepaalt de ethiek. Maar vanuit onze christelijke levensovertuiging is dat een heilloos spoor waaraan de schepping kapotgaat. Naar mijn mening moet de ethiek –milieubescherming en gerechtigheid– de economie gaan bepalen. We zagen momenteel de tak door waar we zelf op zitten.

Wat kan een seculiere landgenoot daarmee?

„Een seculiere vertaling zou kunnen zijn: betoon je verantwoordelijk voor de volgende generaties. Iedereen heeft immers een verantwoordelijkheid om zorgvuldig met zijn omgeving om te gaan. Maar dat is in het neoliberale denkklimaat niet eenvoudig.

We moeten de aarde gaan zien als een tuin met een beperkte hoeveelheid grondstoffen en een maximale grens aan de opname van CO2. Ik kan die wetmatig­heden niet beïnvloeden; het is onze gegeven werkelijkheid waarmee we zo zorgvuldig mogelijk moeten omgaan.”

Staat de autonome mens deze ‘bekering’ niet in de weg?

„Christenen moeten eerst zelf maar eens in die spiegel kijken. Er is nauwelijks verschil te zien tussen hun gedrag ten aanzien van het milieu en dat van een seculier.” Vergoelijkend: „Christenen weten ook niet altijd wat goed is voor het milieu.” Stellig: „Maar ik kom ook weinig christenen tegen met een drive om ‘groen’ te leven.”

Als de ethiek de economie gaat bepalen, waarin is dat dan te zien?

„In een bewuste keuze om het geld een dienende rol te laten spelen. Ik heb bijvoorbeeld mijn huis zwaar laten isoleren. Die investering verdien ik pas over twintig jaar terug. Economisch gezien is dat volstrekt belachelijk. Ik vind het echter toch acceptabel.”

Wat moet er gebeuren zodat iedereen dergelijke energiebesparende maatregelen gaat nemen?

„Om te beginnen moet de overheid de goede dingen subsidiëren en met adequate wetgeving komen. Ik verbaas me erover dat er geen wet bestaat die verplicht dat alle nieuwe huizen met hun dak naar de zonzijde worden gericht. Waarom liggen er op alle nieuwbouwhuizen niet standaard zonnepanelen? Waarom zijn nieuwe huizen niet standaard energieneutraal?

Wanneer de politiek vandaag besluit om deze thema’s integraal aan te pakken, dan zullen we onze kolen­centrales, gas en kern­energie overigens nog jarenlang nodig hebben.”

De documentaire An Inconvenient Truth van Al Gore heeft geleid tot een doorbraak in de
publieke opinie. Alhoewel deze documentaire vol retoriek zit, op een suggestieve manier de
gegevens presenteert en meerdere onjuistheden bevat, wordt algemeen erkend dat de
boodschap juist is: het klimaatprobleem wordt grotendeels door het handelen van de mens
veroorzaakt. De toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan Al Gore (samen met het
International Panel for Climate Change – een orgaan van de VN) heeft de autoriteit van deze
documentaire alleen maar versterkt.
Betere techniek en vrije markt
Het klimaatprobleem staat echt op de agenda. Je kunt geen krant opslaan of je vindt er
berichten over alternatieve brandstoffen, CO2-neutrale gebouwen, duurzame producten,
subsidies en wettelijke maatregelen. Steeds meer wordt de suggestie gewekt dat het
klimaatprobleem een technisch en economisch probleem is. En met een beetje politieke wil
moet het wel lukken. De rationale achter deze suggestie is dat in het verleden (alle) grote
problemen met behulp van de techniek opgelost konden worden. Denk bijvoorbeeld maar
aan het gat in de ozonlaag dat door de uitbanning van de CFK’s weer kleiner aan het worden
is. En denk ook maar aan sterk vervuilde rivieren in Europa die door een streng milieubeleid
weer zo schoon zijn geworden dat zelfs de zalm teruggekomen is. Als in het verleden de
problemen met een betere techniek opgelost konden worden, waarom kan dat nu dan niet?
Tegelijkertijd wordt gesteld dat de vrije markt voldoende corrigerende mechanismen kent
om dit soort grote problemen op te lossen. Denk bijvoorbeeld maar aan de ‘boterberg’ en de
‘wijnplas’ die door de markt ‘weggewerkt’ werden. Het lijkt er op dat hét recept om het
klimaatprobleem is: een betere techniek in een vrije markt.
Kan het klimaatprobleem met technische middelen opgelost worden? Kent de vrije
markt voldoende mechanismen om tot een duurzame samenleving te komen? Is er
voldoende politieke moed om de nodige maatregelen te treffen? Het is opvallend dat in het
gehele debat over duurzaamheid zo weinig aandacht gegeven wordt aan de diepere
achtergronden van de ecologische crisis. Zonder kennis van deze achtergronden kun je
immers ook niet beoordelen of de voorgestelde oplossingen wel afdoende zullen zijn.
Historische wortels
In 1967 publiceerde Lynn White jr. in het Amerikaanse tijdschrift Science het artikel ‘De
historische wortels van onze ecologische krisis’. Dit artikel is een klassieker geworden. Hierin
stelt White dat de manier waarop mensen met de natuurlijke omgeving omgaan in hoge
mate bepaald wordt door hun religieuze visie op de werkelijkheid. In de heidense
godsdiensten werd de natuur – inclusief de mens – als één goddelijk geheel gezien. De
eenheid van mens en natuur werd door allerlei mythen en rituelen omgeven. De aanbidding
van de natuur stond centraal. Door middel van verschillende rituelen probeerde de mens
invloed uit te oefenen op de loop der dingen. Onder invloed van het christendom
veranderde de visie van de mens op de natuur. Volgens White heeft het scheppingsverhaal
hierbij een grote rol gespeeld. De erkenning dat God de hemel en de aarde geschapen heeft
betekende dat de natuur haar goddelijke status ontzegd werd. De schepping van de mens
naar het beeld van God impliceerde naar zijn mening dat de mens in het middelpunt van de
natuur werd gezet. De opdracht om de aarde te bewerken had tot gevolg dat de mens de
natuur mocht gebruiken voor het realiseren van zijn eigen doelstellingen. Lynn White
concludeert dan ook dat het christendom verantwoordelijk is voor de veranderende visie op
de werkelijkheid: van een te aanbidden god tot een voor eigen doel te gebruiken materiaal.
En die visie heeft de weg vrijgemaakt voor de uitbuiting van de natuur.
Er zijn veel argumenten die de these van White ondersteunen. Onderzoek heeft
uitgewezen – we denken onder andere aan het werk Hooykaas en Mumford – dat het
christendom inderdaad de weg heeft vrijgemaakt voor de ontwikkeling en de verspreiding
van wetenschap en techniek. Daarnaast hebben christenen een grote rol gespeeld in de
groei van de industrie en het bedrijfsleven. Zij hebben maar al te vaak gestreefd naar
winstmaximalisatie ten koste van natuur en milieu. In sommige christelijke kringen is de
opdracht om de aarde te bewerken wel uitgelegd als ‘er uit halen wat er in zit’. Bekend is de
Weber-these die een relatie legt tussen het calvinisme en de opkomst van het kapitalisme;
een these die trouwens discutabel is.
Maar er is ook veel kritiek op de these van White uitgeoefend. De Australische
filosoof John Passmore heeft er op gewezen dat er onderscheid gemaakt moet worden
tussen het ‘heersen over de natuur’ en het ‘gebruiken van de natuur ten eigen nutte’. Het
eerste betekent dat de mens het recht heeft om de natuur binnen bepaalde kaders te
gebruiken. Die notie vinden we in de bijbel terug. Het tweede houdt in dat je met de natuur
mag doen wat je wilt. Die gedachte komen we niet in de bijbel tegen maar vinden we wel bij
de Stoïcijnen terug.
De Nederlandse filosoof Egbert Schuurman stelt dat de gedachte van de mens als het
middelpunt van de schepping niet afkomstig is uit de bijbel maar uit de Renaissance en de
Verlichting. Deze stromingen hebben de autonomie van de mens benadrukt. Het menselijke
‘ik’ werd het uitgangspunt voor het denken en het handelen. Het is volgens hem juist deze
laatste houding geweest die heeft geleid tot de moderne tijd met haar vooruitgangsgeloof.
Antropocentrisme
Als we de these van White en de daarop uitgebrachte kritiek rustig laten bezinken dan komt
er een scherp beeld naar voren. Zodra de mens zichzelf als heer en meester over de
werkelijkheid uitroept, wordt de natuur gedegradeerd tot object dat uitgebuit mag worden.
Zodra de mens zichzelf in het middelpunt van de cultuur stelt, verliest de natuur haar eigen
zin en waarde. Als we vanuit dit beeld terugkijken dan is de diepere oorzaak van het
klimaatprobleem gemakkelijk te identificeren. Namelijk in de autonome mens die in de
naam van de vooruitgang de natuur uitgebuit, haar energiebronnen met forse snelheid
opmaakt en de schaarse grondstoffen in een hoog tempo verbruikt. Het is de autonome
mens die zichzelf in het centrum van de werkelijkheid plaatst en die de eigen aard en eigen
waarde van de natuurlijke omgeving niet erkent. Het is de autonome mens die op veel
grotere voet leeft dan onze planeet kan dragen. We concluderen dan ook dat de diepere
achtergrond van het klimaatprobleem ligt in de autonome mens die de natuur ten eigen
nutte uitput.
Het leidt geen twijfel dat deze houding – wijsgerig gezien – haar oorzaak vindt in de
Renaissance en de Verlichting. Wat betreft de Renaissance denken we bijvoorbeeld aan een
Italiaanse graaf en denker Pico Della Mirandola (1463-1494) die benadrukt dat de mens
zichzelf op harmonieuze wijze gestalte moet geven. In zijn visie ‘boetseert’ de mens zichzelf
naar een zelf gekozen vorm ‘als een vrij en soeverein kunstenaar’. Een hoogtepunt in deze
traditie is het ‘ik denk, dus ik ben’ van Descartes waarin geen plaats is voor de medemens en
de natuur. Terecht stelt Schuurman het christendom en de Renaissance / Verlichting scherp
tegenover elkaar: het christendom kan getypeerd worden als theocentrisch (God staat
centraal) en de Renaissance / Verlichting als antropocentrisch (de mens staat centraal). Op
basis van deze analyse zouden we kunnen concluderen dat de these van Lynn White
afdoende weerlegd is: het christendom is niet de eerste schuldige van het klimaatprobleem.
Maar toch wil ik deze conclusie niet trekken. Als we een spade dieper steken dan
komt de these van Lynn White in een ander perspectief te staan. We bewegen ons dan niet
meer op het niveau van het theoretische denken maar op het niveau van het individu. Het
‘zichzelf in het middelpunt plaatsen’ is geen patent van de denkers van de Renaissance en de
Verlichting: we vinden dit terug in alle mensen. Ook christenen worden er door beheerst. De
zonde zit diep in het hart van de mens. Deze gedachte is in de christelijke traditie zo
fundamenteel dat ze in de verschillende belijdenisgeschriften expliciet verwoord is.
Uiteindelijk is de kern van de zonde dat de mens God niet aanbidt maar zichzelf in het
middelpunt plaatst. En vanuit dit middelpunt ‘boetseert’ hij zijn eigen leven.
Daar komt nog het volgende bij. De geschiedenis van onze samenleving laat zien dat
christenen en humanisten zij-aan-zij stonden in de opbouw van onze cultuur. Zij hebben
samen bijgedragen aan de ontwikkeling van de wetenschap, techniek en economie. Zij
hebben samen de opbouw van de verzorgingsstaat laten prevaleren boven het beheer van
de schepping (Hösle). Daarmee dragen christenen en humanisten gezamenlijk schuld. Schuld
tegenover arme landen die leeggeroofd zijn. Schuld tegenover komende generaties die we
met een gigantisch grondstoffentekort en een levensbedreigend klimaatprobleem
opzadelen.
Genoegdoening
Hoe ga je om met schuld? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het westerse
vooruitgangsgeloof daar nauwelijks handvatten voor biedt. Daarvoor moeten we echt terug
gaan naar oude religieuze tradities. In de joodse cultus kon de schuld van de mens verzoend
worden door schuldoffers. Het schuldoffer heeft tot achtergrond de idee van de
genoegdoening. Het gaat om het regelen van een vergoeding voor wat men achtergehouden
of weggenomen heeft. Het schuldoffer kon gebracht worden voor zonden die ‘in zwakheid’
en ‘in dwaling’ begaan waren. Opzettelijke zonden waren daarvan uitgesloten. De kracht van
het schuldoffer vinden we primair in de genoegdoening zelf. Maar ook het ritueel – zoals het
sprenkelen van het bloed rond het altuur – is bijzonder belangrijk. Daarmee stuiten we
meteen op een blinde vlek in het huidige klimaatdebat: de ideeën ‘genoegdoening’ en
‘ritueel’ zijn vrijwel afwezig. Een enkele keer wordt gesproken over ‘genoegdoening’ als het
gaat om het (gratis) ter beschikking stellen van duurzame technieken aan
ontwikkelingslanden. De gedachte van de genoegdoening vinden we ook terug in de green
card waarin elke milieubelasting gecompenseerd wordt door de aanplant van bomen. Maar
rituelen om onze ‘zonden’ weg te nemen zijn afwezig.
In dit verband wil ik nog twee woorden uit de joods-christelijke traditie naar voren
halen: ‘bekering’ en ‘wedergeboorte’. Het woord ‘bekering’ duidt met name op een andere
houding: je keert je om op de weg die je gaat. En dat is van groot belang in het klimaatdebat:
we hebben een andere houding nodig. Steeds weer blijkt dat technische maatregelen zoals
energiebesparing teniet worden gedaan door de drang van de mens om meer te
consumeren. En wedergeboorte duidt op iets nieuws. Je wordt opnieuw geboren. Je wordt
een ander mens. En je gaat je anders gedragen. Zo kan wedergeboorte leiden tot een andere
techniek, een nieuwe economie en een beter functionerende wereldpolitiek. Daarmee kom
ik terug op de vraagstelling aan het begin van dit artikel. Als de oorzaak van het
klimaatprobleem in de houding van de mens ligt (antropocentrisme) dan zullen we die
houding ter discussie moeten stellen. En dan zullen we inderdaad woorden als ‘schuld’,
‘bekering’ en ‘wedergeboorte’ moeten gebruiken. Zonder erkenning van schuld heeft het
ontwikkelen van nieuwe technieken weinig zin. Zonder bekering zal de economie blijven
groeien en de CO2 uitstoot gewoon toe blijven nemen. Zonder wedergeboorte zal de vrije
markt gewoon haar werk doen en zullen de rijke landen rijker worden en de arme landen
armer (Noreena Hertz). Anders gezegd, zonder erkenning van schuld, zonder bekering en
zonder wedergeboorte kunnen solidariteit, duurzaamheid en gerechtigheid nooit met elkaar
verbonden worden.
Religieuze betekenis
Ik wil nog op het volgende wijzen. In de joodse traditie heeft het schuldoffer ook een
religieuze betekenis: de mens staat schuldig ten opzichte van God. Deze laatste gedachte
komt met name naar voren in het zondoffer. Schuld heeft te maken met de aantasting van
de heiligheid van God. Het ‘heilige’ is in het geding. Je kunt de vraag stellen in hoeverre
termen als ‘schuld’, ‘bekering’ en ‘wedergeboorte’ in een pluriforme maatschappij religieus
geduid moeten worden. Vanuit joods-christelijke perspectief is dat terecht. Maar kun je deze
eis bijvoorbeeld ook stellen aan niet-christenen als humanisten en verlichtingsaanhangers?
Ik ben van mening dat ook zij niet om een seculier-religieuze duiding heen kunnen. Al is het
alleen al omdat het westerse vooruitgangsgeloof – ik verwijs hiervoor naar de analyses van
Goudzwaard, Szerzinski en Gray – gezien kan worden als een geseculariseerde versie van de
christelijke toekomstverwachting. Daar komt bij dat ook niet-christenen de zin en de waarde
van de natuurlijke omgeving zullen moeten duiden in termen die de mens overstijgt. Anders
gezegd: ook kritische humanisten en fundamentalistische verlichtingsdenkers moeten zich
verhouden tot het ‘heilige’. Ook zij dragen ‘schuld’, moeten zich ‘bekeren’ en bidden om
‘wedergeboorte’. In dit verband wil ik een opmerking van Vittorio Hösle naar voren halen. In
zijn Moskouwse Voordrachten stelt hij dat wie niet in een traditie geworteld is de toekomst
geen gestalte kan geven.
Conclusie
Moeten we dan geen nieuwe technieken ontwikkelen? Natuurlijk wel. Moeten we geen
economische middelen inzetten om tot een duurzaam gebruik van energie en grondstoffen
te komen? Natuurlijk wel. Moet de vrijheid van de consument en de industrie om naar
hartelust te consumeren niet aan banden worden gelegd? Natuurlijk wel. Maar als al deze
maatregelen in het perspectief blijven staan van de autonome mens dan zullen nieuwe
technieken, economische systemen en democratische structuren niet meer dan een druppel
op een gloeiende plaat blijken te zijn. Het gaat allereerst over schuld. En het gaat ook om
bekering en wedergeboorte: een andere houding en een ander gedrag. Van daaruit mogen
nieuwe technieken, economische maatregelen en politieke wetten een verdere betekenis
krijgen. Als de verkoop van biologische en fair trade producten in een rijk land als Nederland
een goede indicator is van de geestelijke gesteldheid van ons volk, dan kunnen we van
bekering nog nauwelijks spreken. Zolang autofabrikanten nog onbeschaamd middenklassers
met een verbruik van een op tien op de markt te zetten en de verkoop van SUV’s met een
verbruik van een op zeven à acht stimuleren is wedergeboorte ver te zoeken. Het is tijd voor
verootmoediging. In dit verband wil verwijzen naar het slot van het artikel van Lynn White.
Hij verwijst daarin naar de theologie van Fransiscus van Assisi die de deugd van nederigheid
benadrukt; een deugd die alle ruimte geeft aan de medemens en aan de gehele schepping.
Dr. Maarten J. Verkerk is bijzonder hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte aan de
Technische Universiteit Eindhoven.

About richard

Schrijf een reactie