Morgen, 26 september, is het Suikermaxdag. Het klinkt ludiek, maar achter deze naam zit toch een boodschap die we bloed serieus zouden moeten nemen. Suikermaxdag maakt zichtbaar hoe snel kinderen hun jaarlijkse hoeveelheid vrije suikers bereikt hebben wanneer we de gezondheidsadviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie als uitgangspunt nemen. Voor onze Nederlandse kinderen van vier tot en met elf jaar hou dat in dat dit morgen is, 26 september. En dan komen de suiker vollen sinterklaas en kerst feestdagen er aan en dat terwijl het jaar dan nog niet eens driekwart voorbij.
Dat betekent eigenlijk dat een kind letterlijk vanaf 27 september geen suiker meer zou mogen eten. Maar zo moeten we de Suikermaxdag ook niet ïnterpreteren. Het is een symbolische grens die duidelijk maakt dat we onze kinderen gemiddeld aanzienlijk veel meer vrije suikers laten binnenkrijgen dan vanuit gezondheidsperspectief wenselijk wordt geacht.Wat zegt dit van de ouders?
En daar zit precies het probleem, de opvoeding is er niet opgericht te wakken voor de gezondheid als onze kinderen volwassen zijn. We hebben in Nederland een voedingsomgeving gecreëerd waarin suiker erbij hort en dus niet alleen voorkomt in snoep, koek en chocolade, maar zich op allerlei plaatsen heeft verstopt. Ouders dienen dat te weten want nu zit het waar ouders het helemaal niet zouden verwachten. Jouw kind hoeft helemaal geen grote snoeper te zijn om iedere dag veel te veel suiker binnen te krijgen.
De suiker zit niet alleen in de snoep
Denk aan het ontbijt. Een kom zoete ontbijtgranen , brood met zoet beleg lijkt misschien een gewone start van de dag. Vervolgens krijgt het kind op school of thuis een tussendoortje. Misschien een ontbijtkoekreep. Misschien een koekje. Bij de lunch wordt vruchtensap gedronken, omdat vruchtensap toch van fruit komt en daarom gezond klinkt. Daarna volgt na school opnieuw een tussendoortje. Geen van die momenten ziet eruit als een snoepfestijn.Toch is dat wel zo! Want zo kan de hoeveelheid vrije suiker snel oplopen in ene kinderlichaam.
Foodwatch geeft het voorbeeld van een zevenjarig kind dat ontbijt met Kellogg’s Frosties, bij de lunch een glas Appelsientje ananassap drinkt en na school een AH-ontbijtkoekreep eet. Volgens de door foodwatch gebruikte voedingsgegevens levert alleen deze combinatie al bijna 48 gram vrije suikers op. Daarmee is het kind volgens de berekening van foodwatch al ver boven de dagelijkse hoeveelheid gekomen die de WHO voor deze leeftijd als bovengrens hanteert.Suiker is schadelijk omdat het lichaam het als een gif ziet en dat vergeten we.
En dan moet de avond nog beginnen. Het kind heeft nog geen avondmaaltijd gehad, geen dessert gegeten en misschien nog helemaal geen snoep gehad. Dat is de kern van het probleem. Suiker komt niet alleen uit de snoeptrommel. Het zit steeds vaker verwerkt in producten die onderdeel zijn geworden van wat wij als een normale dagelijkse voeding zijn gaan beschouwen.
Vrije suikers zijn iets anders dan een appel
Wanneer we over suiker praten, moeten we overigens wel zorgvuldig zijn. Niet iedere suiker is hetzelfde en niet ieder voedingsmiddel waarin suiker voorkomt, heeft dezelfde effecten. De WHO spreekt over vrije suikers. Dat zijn onder andere suikers die door fabrikanten, koks of consumenten aan producten worden toegevoegd, maar ook suikers uit honing, siropen en vruchtensappen. De natuurlijke suikers die in een intact stuk fruit zitten, vallen daar niet op dezelfde manier onder.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een appel eten is iets anders dan een glas appelsap drinken. Wanneer je een appel eet, krijg je ook vezels en de oorspronkelijke structuur van de vrucht binnen. Een glas sap drink je veel gemakkelijker en sneller op. Daardoor kunnen de suikers van meerdere vruchten in korte tijd worden geconsumeerd zonder dat je dezelfde verzadiging ervaart als bij het eten van het hele fruit.
Het probleem ontstaat wanneer de hoeveelheid snel beschikbare koolhydraten en vrije suikers structureel hoog wordt en onderdeel is van een voedingspatroon waarin veel sterk bewerkte producten worden gegeten.
Ons lichaam is geen suikerverwerkingsmachine zonder grenzen
Na het eten van koolhydraten stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed. Het lichaam reageert daarop onder andere door insuline vrij te maken. Insuline helpt om glucose zo snel mogelijk uit het bloed naar lichaamscellen te brengen, waar het kan worden verbrand , teveel word tijdelijk in vet omgezet en opgeslagen.Waarom haalt het lichaam het suiker zo snel mogelijk uit het bloed? Vraag je als ouder dat eens af. Omdat het gif is!
Dat systeem is buitengewoon effectief.fval word verbrand en het lichama zet het om in energie.
Maar ons lichaam is niet ontworpen voor een moderne voedselomgeving waarin eten en suiker de hele dag beschikbaar is en waarin een groot deel van het aanbod bestaat uit producten die rijk zijn aan geraffineerde koolhydraten tegelijkertijd gemakkelijk en snel te eten zijn. Wanneer iemand , jouw kind, jarenlang een voedingspatroon heeft waarin veel energie en veel snel beschikbare koolhydraten worden gegeten, kan dat de stofwisseling ernsitig schade aan brengen. Een belangrijk verschijnsel daarbij is insulineresistentie. Cellen reageren dan minder goed op insuline, waardoor het lichaam steeds meer moeite kan krijgen om het gif in het bloed, de bloedsuikerspiegel goed te reguleren.
Dit is een belangrijk onderdeel van het ontstaan en voortschrijden van type 2 diabetes. Daarom is het moeilijk om te zeggen dat één koekje iemand ziek maakt. Dat is niet het verhaal. Het gaat om de optelsom van duizenden ontbijtjes, lunches, tussendoortjes, drankjes en avondmaaltijden. Het gaat om het voedingspatroon dat iemand jarenlang volhoudt.Uw kind is dan uit uw handen en niet meer uw verantwoordelijkheid en dan begint de ellende voor uw kind als volwassene.
Suiker is geen onschuldige brandstof
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om de inname van vrije suikers te beperken tot minder dan tien procent van de dagelijkse energie-inname. Voor extra gezondheidswinst adviseert de WHO een verdere beperking tot minder dan vijf procent. De reden daarvoor is niet alleen het voorkomen van gaatjes in je tanden, wat al ene signaal is wat suiker is.
Een hoge inname van vrije suikers draagt bij aan een hoge energie-inname en hangt samen met overgewicht en obesitas. Suikerhoudende dranken vormen daarbij een bijzonder aandachtspunt, omdat vloeibare calorieën gemakkelijk worden geconsumeerd en minder verzadiging kunnen geven dan vaste voeding. Daarmee komen we bij een veel groter probleem. Want wanneer iemand voortdurend meer energie binnenkrijgt dan het lichaam kan verwerken, zal het lichaamsgewicht toenemen. Overgewicht en vooral een teveel aan visceraal vet (omgezet suiker) rond de organen zijn op hun beurt belangrijke risicofactoren voor metabole aandoeningen.
Daarmee kan een voedingspatroon rijk aan vrije suikers onderdeel worden van een keten die uiteindelijk 100% bijdragen aan ernstige chronische gezondheidsproblemen. Dat betekent dat suiker de enige oorzaak is van diabetes, hart- en vaatziekten of andere chronische aandoeningen. Daarvoor zijn deze ziekten te complex. NAtuurlijk speelt ook de zgn erfelijke aanleg, leeftijd, beweging, slaap, stress, alcohol, roken, lichaamsgewicht en de totale voedingskwaliteit allemaal een bijrol.
De grote vraag is hoeveel suiker we eten
Wanneer we echt iets aan dit probleem willen doen, moeten we verder kijken dan alleen het suikerpotje. Want een voedingspatroon kan relatief weinig toegevoegde suiker bevatten en toch buitengewoon rijk zijn aan koolhydraten en sterk bewerkte producten. Brood, crackers, pasta, rijst, ontbijtgranen, aardappelproducten, koek, snacks en allerlei andere producten leveren allemaal koolhydraten. Sommige daarvan zijn prima onderdeel van een gezond voedingspatroon. Andere leveren vooral snel beschikbare energie en weinig voedingswaarde.
Daarom zou het gesprek over suiker moeten worden verbreed naar het totale koolhydraatrijke voedingspatroon dat voor veel mensen normaal is geworden. Dat is ook de reden waarom steeds meer aandacht bestaat voor low-carb voeding.
Low carb is meer dan alleen geen suiker eten
Een low-carb voedingspatroon betekent in de basis dat de hoeveelheid koolhydraten wordt verminderd. Het gaat daarbij niet simpelweg om het vervangen van suiker door producten met kunstmatige zoetstoffen of om het eten van zoveel mogelijk vlees en vet. Een goed samengesteld low-carb voedingspatroon draait juist om volwaardige voeding. Groenten vormen een belangrijk onderdeel. Daarnaast kan voeding worden opgebouwd rond voldoende eiwitten en natuurlijke vetten, met bijvoorbeeld eieren, vis, vlees, noten, zaden en zuivel, afhankelijk van iemands persoonlijke situatie en voedingskeuzes.
Wat vooral verdwijnt, zijn grote hoeveelheden suiker en sterk geraffineerde koolhydraatrijke producten.
Voor veel mensen hoeft zo’n verandering helemaal niet extreem te beginnen. Je kunt beginnen met het verwijderen van frisdrank en vruchtensap. Daarna kun je het aantal zoete tussendoortjes sterk verminderen. Vervolgens kun je kritisch kijken naar de hoeveelheid brood, ontbijtgranen, koek, pasta en andere koolhydraatrijke producten. Zo kan het lichaam geleidelijk wennen aan een andere verhouding van voedingsstoffen.
En dan is er keto
Een ketogeen voedingspatroon gaat een stap verder. Wanneer de hoeveelheid koolhydraten sterk wordt beperkt, kan het lichaam overschakelen naar een situatie waarin het veel meer vet gebruikt als energiebron. De lever maakt daarbij ketonen aan. Deze ketonen kunnen onder andere door de hersenen worden gebruikt als brandstof.
Die toestand noemen we ketose. Ketose is geen ziekte. Het is een normale stofwisselingstoestand die het menselijk lichaam kan bereiken wanneer er weinig koolhydraten beschikbaar zijn. Het is een oude manier van energie maken van voor de tijd van de supermarkten.
Er is inmiddels behoorlijk wat onderzoek naar koolhydraatbeperking en ketogene voeding, met name bij mensen met overgewicht en type 2 diabetes. Studies laten zien dat koolhydraatbeperking bij een overgroot deel van de mensen kan leiden tot gewichtsverlies en verbeteringen in de bloedsuikerregulatie. Het effect verschilt echter per persoon en langetermijneffecten zijn niet voor iedere toepassing even goed onderzocht. Er is wel discipline voor nodig
Daarom is het verstandiger om keto te integreren in ons gezondheids zorg en het te zien als een echte mogelijke voedingsstrategie dat een universele oplossing is voor alle ziekten.
Daar juist ligt een enorme kans
Dat betekent dat we de mogelijkheden van low-carb en keto niet moeten onderschatten. Integendeel.  Voor mensen met metabole problemen zal het verminderen van de hoeveelheid koolhydraten een belangrijk instrument zijn. Wanneer de koolhydraatbelasting van een maaltijd lager wordt, wordt ook de hoeveelheid glucose die na die maaltijd beschikbaar komt kleiner. Bij mensen met type 2 diabetes kan dat bijdragen aan een betere bloedsuikerregulatie. Wanneer iemand daarnaast gewicht verliest, kan dat de metabole gezondheid zich veel verder verbeteren. Daarom is het interessant om te kijken naar een geleidelijke overgang naar low carb en, voor mensen voor wie dat passend is, uiteindelijk naar een ketogeen voedingspatroon.
Niet als crashdieet. Niet als tijdelijk dieet om snel een paar kilo af te vallen. Maar als een echte manier om de relatie tussen voeding, verzadiging, lichaamsgewicht en stofwisseling opnieuw te leren begrijpen.
Chronische ziekten beginnen niet op de dag dat de diagnose wordt gesteld
Hier raakt voeding aan een veel groter probleem in onze gezondheidszorg. Een mens krijgt niet op dinsdag diabetes omdat de arts woensdag de diagnose stelt. De ziekte heeft zich vaak al jarenlang ontwikkeld voordat de diagnose wordt gesteld.Van kinds af aan. Hetzelfde geldt voor veel andere metabole problemen. Jaren van overmatige energie-inname, weinig beweging, slaaptekort, stress en een voedingspatroon dat het lichaam steeds opnieuw zwaar belast, kunnen uiteindelijk zichtbaar worden in bloedwaarden, lichaamsgewicht en gezondheid.
De diagnose is dan eigenlijk het moment waarop we het probleem officieel benoemen. De onderliggende ontwikkeling is vaak al veel eerder begonnen. Daarom is preventie zo belangrijk. En preventie begint niet bij een ziekenhuis. Preventie begint in de keuken.
We moeten kinderen opnieuw leren wat voedsel is
Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van Suikermaxdag. We moeten kinderen opnieuw leren wat echt voedsel is. Een kind zou moeten weten dat water een normale drank is. Dat groenten onderdeel zijn van een maaltijd. Dat fruit iets anders is dan vruchtensap. Dat een ei, een stuk vis of een andere volwaardige eiwitbron voeding is. Dat koek en snoep iets anders zijn dan een dagelijkse basisvoeding. Maar daarvoor moeten ouders het ook kunnen organiseren.
En daarvoor moeten gezonde producten betaalbaar, beschikbaar en begrijpelijk zijn. Want we kunnen de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij ouders neerleggen wanneer de hele voedselomgeving erop is ingericht om mensen steeds opnieuw te laten eten en drinken.
De voedingsindustrie verkoopt gemak
De moderne voedingsindustrie heeft iets buitengewoon knaps gedaan. Voedsel is goedkoop, gemakkelijk verkrijgbaar, lang houdbaar en aantrekkelijk verpakt geworden. Maar juist die eigenschappen kunnen een probleem worden wanneer voedsel daardoor steeds verder verwijderd raakt van de oorspronkelijke grondstoffen. Een kind ziet geen suiker wanneer het een vrolijk verpakte ontbijtgranenverpakking uit de kast pakt. Het ziet geen suiker wanneer het een ontbijtkoekreep eet. Het ziet geen suiker wanneer het een glas vruchtendrank drinkt. Het ziet een product dat door marketing als onderdeel van een normale dag wordt gepresenteerd. En daarmee verschuift onze definitie van normaal. Dat is misschien nog wel gevaarlijker dan het suikerklontje zelf.
Suikermaxdag moet daarom een wake-upcall worden, er echt even bij stil gaan staan
Morgen is het Suikermaxdag. Het is een dag waarop we even stil zouden moeten staan bij de vraag hoe het mogelijk is dat kinderen gemiddeld zoveel vrije suikers binnenkrijgen. Niet om ouders een schuldgevoel aan te praten. Niet om kinderen nooit meer een snoepje te geven. En ook niet om te beweren dat iedere ziekte door suiker wordt veroorzaakt. Maar wel om eerlijk te kijken naar de manier waarop wij voedsel produceren, verkopen en consumeren. Want wanneer een kind dagelijks grote hoeveelheden vrije suikers binnenkrijgt zonder dat het gezin zich daar bewust van is, hebben we te maken met een voedingsprobleem dat groter is dan individuele keuzes.
De keuken kan opnieuw een plaats van gezondheid worden
Corazon gelooft dat daar een belangrijke opdracht ligt. We moeten mensen niet alleen vertellen dat ze minder suiker moeten eten. We moeten ze leren wat ze dan wél kunnen eten. Dat vraagt om een terugkeer naar de keuken. Naar groenten uit de tuin. Naar verse producten. Naar maaltijden die verzadigen. Naar voedsel waarvan je de ingrediënten kent. Naar minder ultrabewerkte producten en meer producten die herkenbaar zijn als wat ze oorspronkelijk waren.
En voor mensen die te maken hebben met overgewicht, insulineresistentie of type 2 diabetes kan het interessant zijn om onder goede begeleiding te onderzoeken wat een geleidelijke vermindering van koolhydraten met hun gezondheid doet. Voor sommigen kan een gematigde low-carb aanpak voldoende zijn. Voor anderen kan een verdere koolhydraatbeperking richting ketose een mogelijkheid zijn. Wie medicijnen gebruikt voor diabetes of andere aandoeningen moet daarbij niet zelfstandig grote veranderingen doorvoeren, omdat een veranderde koolhydraatinname ook invloed kan hebben op de benodigde medicatie.
Het uitgangspunt blijft echter eenvoudig. Voeding is niet alleen iets waarmee we onze honger stillen. Voeding is informatie voor ons lichaam. Elke maaltijd beïnvloedt onze bloedsuikerspiegel, onze hormonen, onze verzadiging en uiteindelijk onze stofwisseling.
Rentmeesterschap begint ook op het bord
Voor Corazon gaat gezondheid uiteindelijk over meer dan het voorkomen van ziekte. Het gaat over rentmeesterschap. We hebben een lichaam gekregen waarmee we mogen leven, werken, zorgen en liefhebben. Daar hoort ook de verantwoordelijkheid bij om er zorgvuldig mee om te gaan. Dat betekent niet dat we nooit meer taart mogen eten. Het betekent wel dat taart weer taart mag zijn en geen dagelijkse basisvoeding. Een traktatie mag een traktatie blijven. Een frisdrank mag iets bijzonders zijn. Een dessert hoeft niet iedere dag. En een kind hoeft niet vanaf zijn eerste levensjaren gewend te raken aan een voortdurende stroom van zoete smaken. Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les van Suikermaxdag. Het probleem is niet dat we af en toe suiker eten. Het probleem is dat suiker en snel beschikbare koolhydraten zo diep in ons dagelijkse voedingspatroon zijn doorgedrongen dat we nauwelijks nog merken hoeveel we ervan binnenkrijgen.
Morgen is het Suikermaxdag.
Laten we daarom niet alleen kijken naar de hoeveelheid suiker die kinderen vandaag hebben gegeten. Laten we kijken naar de voedselomgeving die wij voor hen hebben gebouwd. En laten we onszelf de vraag stellen of we die omgeving niet opnieuw kunnen inrichten. Van suiker naar voeding. Van ultrabewerkt naar echt voedsel. Van voortdurend snacken naar verzadigende maaltijden. Van symptoombestrijding naar preventie.
En waar dat passend en verantwoord is: van een voedingspatroon dat voortdurend op koolhydraten draait naar een geleidelijke low-carb aanpak, waarbij voor sommige mensen uiteindelijk ketose een onderdeel kan worden van een nieuwe manier van eten.
Want gezondheid begint niet wanneer we ziek worden. Gezondheid begint iedere dag opnieuw, aan de keukentafel.