WAGENINGEN / LELYSTAD /SINT ANNALAND– Meer plantenetende insecten op gewassen zouden volgens de gangbare landbouwlogica leiden tot minder opbrengst. Maar nieuw onderzoek laat het tegenovergestelde zien. Uit een driejarig onderzoek van Luuk Croijmans (Wageningen University & Research) blijkt dat kolen die geteeld worden in gewasdiverse systemen, zoals strokenteelt, juist méér insecten én een hogere opbrengst hebben dan kolen in monocultuur.
Een bevinding die haaks staat op wat veel telers, beleidsmakers en supermarkten gewend zijn te denken.
Drie jaar tellen, wegen en vergelijken
Tussen 2021 en 2023 onderzocht Croijmans samen met zijn studenten Nelson en Yufei vijf verschillende teeltsystemen op proefvelden van Wageningen University & Research in Wageningen en Lelystad.
De systemen bestonden uit:
-
Volveldse teelt (monocultuur)
-
Vier vormen van strokenteelt, met variatie van twee tot zes verschillende gewassen
Gedurende het groeiseizoen werden tienduizenden insecten handmatig geteld op individuele kolen. Na de oogst werden diezelfde kolen gewogen, waardoor per kool een directe koppeling kon worden gemaakt tussen:
-
het aantal plantenetende insecten
-
en de uiteindelijke opbrengst
Verrassende uitkomst: zwaarste kolen, meeste insecten
De resultaten waren duidelijk:
Kolen uit strokenteelt met zes verschillende gewassen waren het zwaarst, en dus het meest productief.
Opmerkelijk genoeg:
-
juist deze kolen hadden de hoogste aantallen en grootste diversiteit aan plantenetende insecten
-
terwijl de opbrengst significant hoger was dan bij monocultuur en strokenteelt met minder gewassen
De conclusie van Croijmans is helder:
“De aanwezigheid van plantenetende insecten bleek nauwelijks effect te hebben op de opbrengst.”
Natuurlijke plaagonderdrukking werkt
Hoe kan dat? Volgens Croijmans ligt de verklaring in de natuurlijke balans van het ecosysteem.
“Meer plantenetende insecten trekken ook meer natuurlijke vijanden aan,” legt hij uit.
“Diverse teeltsystemen hebben een groter vermogen om plagen zélf te onderdrukken.”
In de praktijk wordt het aantal insecten nog vaak gebruikt als signaal om in te grijpen, bijvoorbeeld met pesticiden. Dit onderzoek laat zien dat die aanpak de kracht van biodiversiteit structureel onderschat.
Ook belangrijk:
-
de vraatschade aan de kolen was vergelijkbaar in alle teeltsystemen
-
kolen worden meestal verkocht per stuk, niet per kilo
-
lichte insectenschade had geen verschil in marktbaarheid
Kritische noot bij ons voedselsysteem
Croijmans is ook kritisch op de verwachtingen van consumenten en supermarkten:
“We verwachten nog steeds perfect schone, schadevrije groenten en fruit.”
“Supermarkten en consumenten kunnen bijdragen aan minder pesticidegebruik door wat minder kritisch te kijken naar een ongevaarlijk hapje uit een kool of een rupsje dat je er zo afspoelt.”
Een boodschap die raakt aan een groter vraagstuk: willen we natuur laten meewerken, of blijven we haar bestrijden?
Biodiversiteit als bondgenoot
Een bijkomend voordeel van meer plantenetende insecten is de impact op de biodiversiteit.
Plantenetende insecten vormen voedsel voor:
-
akkervogels
-
andere insecten
-
en het bredere ecosysteem
“Door plantenetende insecten meer met rust te laten en de natuur haar werk te laten doen, slaan we twee vliegen in één klap,” aldus Croijmans.
“Meer biodiversiteit én een goede opbrengst.”
Hoe nu verder?
Het onderzoek krijgt een vervolg. PhD-kandidaten Misty Hu en Andi Dirham Nasruddin bouwen voort op deze resultaten. Zij onderzoeken:
-
bottom-up effecten (zoals verhoogde plantweerbaarheid)
-
top-down effecten (zoals predatie door natuurlijke vijanden)
Hun doel: beter begrijpen waarom diverse teeltsystemen zo goed functioneren — en hoe deze kennis breder toegepast kan worden in de landbouw.
Wordt vervolgd.
Waarom dit belangrijk is voor Corazon
Dit onderzoek onderstreept wat Corazon al langer uitdraagt:
gezonde landbouw ontstaat niet door controle en bestrijding, maar door samenwerking met de schepping.
Meer diversiteit, meer leven, meer vertrouwen — en toch voldoende voedsel.
Bron: CropMix – Wageningen University & Research
Onderzoeker: Luuk Croijmans (WUR)
Locaties: Wageningen & Lelystad