Aan de vruchten herken je de boom
Wat paardenvleesfraude ons vertelt over de kiloknaller, de veehouderij en onze voedselketen
Opnieuw worden we in Europa opgeschrikt door grootschalige fraude met vlees, paardenvlees. Volgens Foodwatch werden bij invallen in verschillende Europese landen vervalste identiteitsgegevens gebruikt, microchips gemanipuleerd en documenten vervalst om de herkomst en geschiedenis van paarden te verhullen. Het zou gaan om meer dan duizenden paarden. Sport- en renpaarden werden volgens de berichtgeving als slachtpaarden verhandeld.
Dat is geen klein administratief probleem. Het gaat hier om dieren die vaak medicijnen hebben gekregen die gevolgen kunnen hebben voor de geschiktheid van hun vlees voor menselijke consumptie. Wanneer vervolgens wordt geknoeid met de identiteit, chips en documenten van die dieren, wordt het voor controleurs buitengewoon moeilijk om vast te stellen wat er uiteindelijk op uw bord terechtkomt.
Foodwatch waarschuwt ons al jaren voor fraude met paarden en vlees. In 2013 kwam een omvangrijke fraude aan het licht waarbij paardenvlees via een lange keten van tussenhandelaren in verschillende Europese landen als rundvlees werd verkocht. Het vlees kwam terecht in supermarkt producten zoals lasagne en gehaktproducten. Ook daarna kwamen nieuwe gevallen van fraude met paarden en paardenvlees aan het licht.
Het recente schandaal laat daarom vooral zien dat we niet met een incident te maken hebben dat toevallig ergens in een Europese handelsketen is ontstaan. Het laat zien hoe kwetsbaar en vervuild het voedselsysteem kan worden wanneer dieren worden behandeld als product , handelswaar, wanneer productieketens steeds langer worden en wanneer de vraag en economische waarde van een kilo vlees belangrijker dreigt te worden dan de werkelijke waarde van het leven, de gezondheid en het landschap waaruit dat voedsel voortkomt.
Een dier is in de wereld niets meer dan een product
Wanneer wij in de supermarkt een verpakking vlees uit het schap pakken, zien je vooral een product en een prijs. Een paar euro maar per kilo. Een aanbieding! Een rode sticker met korting erop. Maar achter dat product zit nog een hele wereld. Daar als eerste staat een levend dier achter. Daar weer staat een boer achter. Daar staat veevoer maatschapijen achter. Daar staat gebruik van enrom veel landbouwgrond achter. Daar staat water, energie, transport, een slachthuis, arbeid, verwerking, verpakking en koeling achter.
En uiteindelijk staat ook daar uw eigen keuze achter.
Juist die afstand maakt ons moderne voedselsysteem toch enorm kwetsbaar?Wat eet u eigenlijk? Hoe langer de keten wordt, hoe meer schakels ertussen komen, hoe meer handen en hoe moeilijker het voor u als de consument wordt om te weten wat er nu precies werkelijk is gebeurd voordat het in uw bloed vai uw bord via de supermarkt terechtkwam.
Op papier kan je alles traceerbaar maken. Maar op papier zetten betekend niet dat me geen fraude pleegt.Weet wat je eet!
Een systeem van paspoorten, registraties, microchips en databases is alleen zo betrouwbaar als de mensen die het bedenken en toepassen die het controleren errlijk zijn. Wanneer de werdlse mens als fraudeurs bereid is de documenten te vervalsen en identificatiegegevens te manipuleren. Dan is het heel belangrijk om echte controle aan de bron toe te passen.
De prijs van de kiloknaller
Daarmee komen wij van Corazon met een vraag bij u die veel verder gaat dan een paardenbiefstukje op uw bord.
Wat kost goedkoop vlees u nu werkelijk? U ziet de prijs aan het einde van de keten. Maar heel wat andere kosten aan uw stukje vlees staan niet op het prijskaartje.
De consument ziet niet de soja die als veevoer uit andere delen van de wereld wordt aangevoerd. Die ziet niet hoeveel land dat daarvoor nodig is. Hij/zij ziet niet de druk op de enorme bossen en ecosystemen die samenhangt met de wereldwijde extreme vraag naar landbouwgrond voor vlees. Men ziet niet de mest die na de productie overblijft. Men is blind voor de enrome stikstof die in de omgeving terechtkomt en wat het verder doet in de samenleving. We willen niet zien de arbeidsomstandigheden in een slachthuis als voorbeeld. Men ziet niet het medicijngebruik bij dieren. En blind voor de gehele maatschappelijke kosten die later ontstaan wanneer bevolkings groei, natuur, waterkwaliteit en voraal onze gezondheid onder druk komen te staan.
Dat maakt de goedkope kiloknaller eigenlijk een merkwaardig en discutabel zeer duur product. Hij is goedkoop voor degene die hem koopt, maar zeker niet goedkoop voor de samenleving. Een deel van de werkelijke rekening komt simpelweg ergens anders op het bord.
Nederland veehouderij land
Nederland heeft slimme ondrenemers, alstij al gehad en ook in het vleesland dat heeft ons een zeer intensieve veehouderij opgeleverd. Onze landbouw produceert grote hoeveelheden vlees, melk en eieren, maar daarvoor is zoveel meer grond nodig dan alleen de grond die wij hier direct bij de stallen van deze sector zien.
Een belangrijk deel van die boeen productie draait allen maar op veevoer. Nederland importeert grote hoeveelheden grondstoffen voor veevoer, waaronder soja. Daarmee zijn onze veehouderij en voedselconsumptie verbonden ook met landbouwgebieden ver buiten Nederland. Dat betekent dat de Nederlandse landbouw niet alleen een Nederlands verhaal is. Wanneer ergens in Zuid-Amerika landbouwgrond wordt uitgebreid voor de productie van veevoer, is dat uiteindelijk een onderdeel van dezelfde voedselketen dat eindigt met een stukje super geodkoop vlees uit een Nederlandse supermarkt.
De schaal van de vraag van supermarkten naar klanten trekkers maakt wel duidelijk dat onze vleesconsumptie gevolgen heeft die veel verder reiken dan het Nederlandse landschap. hel bos gemenschappen zijn omzeep geholpen. Wij importeren plantaardig eiwit om dieren te voeden en exporteren vervolgens dierlijke producten over d eruggen van dorpen elders.
Neem nu de mest want meer dieren betekent meer mest
Een koe, varken of kip produceert niet alleen vlees, melk of eieren. Het dier produceert ook mest. Mest kan waardevol zijn. In een gezond landbouwsysteem vormen bodem, plant, dier en mest samen een kringloop. Maar wanneer je er structureel meer dieren op na houd dan het land kan dragen, verandert die natuurlijke kringloop. Neem voor ogen dat al dat veevoer van elders hier word uitgepoept! Dan ontstaat een mestoverschot. Nederland worstelt al jaren met de gevolgen daarvan. De hoge stikstofbelasting is ook zo een gevolg ervan, het brnegt schade aan natuur en biodiversiteit. Ammoniak uit de veehouderij speelt daarbij een belangrijke rol. En het zet Nederland op slot.
Het probleem is dus niet dat mest bestaat. Het probleem ontstaat wanneer wij een landbouwsysteem bouwen waarin de hoeveelheid dieren groter wordt dan de natuurlijke draagkracht van het gebied. Dan moeten we het overschot ergens kwijt.Denk er eens bij na dat Nederln dbijna de helft van alle boeren bedrijven vee houders zijn. En precies daar zie je ind esamenleving dat dat wringt en dat daardoor alle boeren lopen te piepen en te kraken.
Het medicijnkastje achter het vlees
Ook het gebruik van schadelijke diergeneesmiddelen verdient aandacht. Dieren worden ziek. Net als mensen. Een ziek dier moet behandeld kunnen worden. Daar is niets mis mee. Maar wanneer grote aantallen dieren zeer intensief worden gehouden, dan worden ze sneller ziek en neemt aurtomatisch de druk op diergezondheid toe. Het systeem wordt dan steeds afhankelijker van preventie, hygiëne, huisvesting, genetische selectie en verantwoord maar veel medicijngebruik.
Antibioticaresistentie is daarbij een belangrijk volksgezondheidsprobleem. Wanneer bacteriën resistent worden tegen antibiotica, kunnen infecties moeilijker behandelbaar worden. Daarom is zorgvuldig gebruik van antibiotica bij mens en dier van groot belang. Het paardenvleesschandaal voegt daar een andere dimensie aan toe. Wanneer de medicatiegeschiedenis van een dier niet meer betrouwbaar is omdat met identificatie en documenten is gefraudeerd, weet je niet meer zeker wat er met het dier is gebeurd voordat het in de voedselketen terechtkwam. Dan gaat het niet meer alleen over dierenwelzijn. Dan gaat het rechtstreeks over voedselveiligheid en mensen welzijn.
En wat zien wij ondertussen worden mensen steeds zieker
Dus hoe goed zijn onze boeren bezig? Hoe is ons voedsel eigenlijk als we elk jaar zieker en zieker worden? We zien toch in onze samenleving een grote en groeiende belasting door chronische aandoeningen. Overgewicht, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten vormen een enorme maatschappelijke opgave. Â Chronische ziekten hebben dan wel meerdere oorzaken. Maar voeding en de supermarkten als geheel spelen wel de hoofdrol in overgewicht, minder beweging, slechte slaap, drinken van alcohol, roken en zelfs veel slechtere sociaaleconomische omstandigheden. Juist daarom moeten we naar het hele voedselsysteem kijken.
Wat voor voedsel produceren zij eigenlijk? Wat maken zij zo goedkoop? Wat maken zij zo duur? Wat staat er voortdurend in de aanbieding? En welk voedsel wordt ons dagelijks via reclame en supermarktaanbiedingen door de strot geduwd?
Wanneer goedkoop, sterk bewerkt en energierijk voedsel voortdurend beschikbaar is en gezond, vers en onbewerkt voedsel veel duurder of minder gemakkelijk beschikbaar is, beïnvloedt dat uiteindelijk toch de gezondheid van de hele samenleving. Voedsel is niet een handelswaar. Voedsel is een fundament onder onze gezondheid.
Wie betaalt de prijs in het slachthuis?
Dan is er nog een groep die in dit verhaal gemakkelijk onzichtbaar blijft: de arbeis immigranten die het werk uitvoeren. Vooral in slachthuizen en vleesverwerkende bedrijven werken veel arbeidsmigranten. In delen van de sector zijn grote zorgen geuit over arbeidsvoorwaarden, werkdruk, huisvesting en mogelijke uitbuiting. Ook hier moeten we natuurlijk niet iedereen over één kam scheren. Er zijn bedrijven die hun werknemers goed behandelen en zich aan de regels houden. Maar we moeten wel eerlijk zijn en kijken naar de economische werkelijkheid. Als de supermarkt om consument te trekken steeds goedkoper vlees verlangt, moet ergens in de keten worden bespaard. De grondstof moet goedkoper. De productie moet efficiënter. De arbeid moet goedkoper. Het transport moet goedkoper. De verwerking moet goedkoper. En uiteindelijk moet de prijs in het winkelschap zo laag mogelijk blijven.
Dat is toch een race naar beneden.
En in iedere race naar de laagste prijs is het echt als christenen te kijken wie er uiteindelijk achterblijft.
De kiloknaller is dat jouw keuze of die van de supermarkt
De supermarkt is de grootste schuldige. De boer is dus niet de enige schuldige. De vleesindustrie is dus niet de enige schuldige. Ook zij die kopen maken onderdeel uit van dat slecht voedsel systeem. Iedere keer wanneer men iets koopt, geven we een economisch signaal, ga door!! Wanneer wij dus voortdurend kiezen voor het allergoedkoopste vlees, bevestigen wij dat prijs een belangrijk criterium is. Daarom willen we de verantwoordelijkheid bij de consument neer te leggen. Maar de grootse die er invloed op heeft is de supermarkt.
Niet alleen: “Wat levert diet ons op?” Maar ook: “Wat heeft dit andere gekost?”
Terug naar de kringloop
Een gezonde landbouw hoeft niet te betekenen dat er geen dieren meer zijn. Integendeel. Dieren kunnen juist een waardevolle plaats hebben in een landbouwsysteem waarin bodem, planten, dieren en mensen elkaar versterken. Grasland kan door grazende dieren worden benut. Dierlijke mest kan voedingsstoffen terugbrengen naar de bodem. Landbouw kan voedsel produceren en tegelijkertijd bijdragen aan landschap en biodiversiteit. Maar daarvoor moet de landbouw wel binnen de grenzen van het landschap blijven. Wanneer er zoveel dieren worden gehouden dat voer van over de hele wereld moet worden aangevoerd en mest vervolgens een probleem wordt, hebben we geen gesloten kringloop meer. Dan hebben we een systeem gebouwd waarin we voedingsstoffen van buiten naar binnen halen en afvalproblemen aan de achterkant proberen op te lossen. Dat is geen echte kringloop. Dat is een productieketen.
Minder afstand, meer verantwoordelijkheid
Misschien moeten we daarom opnieuw leren kijken naar voedsel. Niet alleen als iets dat in een verpakking ligt. Maar als het resultaat van een relatie tussen bodem, plant, dier en mens. Hoe dichter die relatie bij elkaar blijft, hoe beter we haar kunnen begrijpen. Een boer die zijn dieren kent, zijn grond kent en weet waar zijn voer vandaan komt, staat in een andere relatie tot voedsel dan een anonieme productieketen waarin dieren vooral een economische eenheid zijn geworden. Daarom is lokale en regionale voedselproductie zo belangrijk. Niet omdat alles per definitie lokaal beter is, maar omdat korte ketens meer mogelijkheden geven voor transparantie, verantwoordelijkheid en verbinding. De consument kan de producent leren kennen. De producent kan zien voor wie hij produceert. En voedsel krijgt opnieuw een gezicht.
Aan de vruchten herken je de boom
Er is een oude bijbelse gedachte die zegt: aan de vruchten herken je de boom. Misschien moeten we onze landbouw ook op die manier beoordelen.
Welke vruchten brengt onze landbouw eigenlijk voort? Gezonde bodems? Biodiversiteit? Gezonde dieren? Gezonde mensen? Een eerlijk inkomen voor boeren? Goede arbeidsomstandigheden? Voedsel dat mensen werkelijk voedt?
Als dat de vruchten zijn, mogen we dankbaar zijn omdat w eweten dat de boom goed is.
Maar wanneer we steeds opnieuw worden geconfronteerd met een hele andere kant; mestoverschotten, stikstofproblemen, verlies van biodiversiteit, afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer, dierenwelzijnsproblemen, medicijngebruik, arbeidsmisstanden en fraude met voedsel, moeten we dan niet de rotte vrucht verwijderen.
We moeten eerlijk naar de vrucht en boom kijken.
Het paardenvleesschandaal dat door Foodwatch opnieuw onder onze aandacht is gebracht, is daarom veel meer dan een verhaal over fraude met paarden. Het is een waarschuwing over wat er aan d ehand is met osn voedsel, een anoniem handelsproduct met economische efficiëntie dat steeds verder wordt losgemaakt van verantwoordelijkheid.
De kiloknaller begint niet bij het prijskaartje in de supermarkt. Hij begint veel eerder. Bij de manier waarop wij landbouw organiseren. Bij de manier waarop wij dieren houden. Bij de manier waarop wij met grond omgaan. Bij de manier waarop wij boeren belonen. Bij de manier waarop wij werknemers behandelen. En uiteindelijk bij de keuzes die wij als samenleving maken. Want voedsel is nooit alleen voedsel. Achter ieder bord zit een landbouwsysteem. Achter het huidge landbouwsysteem zit een wereldse gedachte.
En aan de vruchten herken je de boom is ene uitspraka van God de schepper die hij doet in de bijbel