Suiker hoort niet langdurig in het bloed te blijven. Het is letterlijk een vorm van vervuiling die schade kan veroorzaken. Insuline komt dan in actie. Het haalt die overtollige suiker uit het bloed en biedt het aan bij de cellen, met de opdracht: verbrand dit zo snel mogelijk. In die zin lijkt insuline op een ophaaldienst voor huisvuil. Wat gevaarlijk is als het blijft liggen, wordt verzameld en naar de verbrandingsoven gebracht. Die verbrandingsoven in ons lichaam zijn de mitochondriën van de cel.
Een afvalverbrandingsoven is bedoeld voor incidenteel gebruik. Niet om dag en nacht te draaien. In onze moderne samenleving gebeurt precies dat. Door een dieet dat voortdurend rijk is aan koolhydraten, suiker en zetmeel, wordt het lichaam onafgebroken gedwongen om glucose te verbranden.
Net als bij een overbelaste verbrandingsoven ontstaat er dan vervuilende uitstoot. In het lichaam noemen we dat reactieve zuurstofdeeltjes (ROS). In kleine hoeveelheden zijn ze normaal, maar bij chronische overbelasting veroorzaken ze schade aan cellen, weefsels en DNA. Dit proces ligt aan de basis van veroudering, ontstekingen en uiteindelijk ook van ziekten zoals kanker. Het probleem is niet dat suiker verbrand kán worden,
maar dat ons lichaam door onze dieet nooit meer de kans krijgt om ermee te stoppen en terug te keren naar zijn natuurlijke ruststand.
Zo was het oorspronkelijk bedoeld
Van nature kregen mensen niet het hele jaar door suiker binnen. Zoete voeding was seizoensgebonden. In het najaar, bij de oogst van fruit en bessen, nam de suikerinname tijdelijk toe. Het lichaam deed dan precies wat de natuur bedoeld had: het sloeg een deel van die energie op als vetreserve, ter voorbereiding op de winter.Die winter betekende: minder voedsel, langere periodes zonder eten en meer vetverbranding. Het lichaam schakelde vanzelf over op zijn andere, stabiele energiebron. Dat ritme van eten – opslaan – vasten – gebruiken hield mensen gezond.
Suiker was dus geen dagelijkse brandstof.
Wat de moderne voedselindustrie heeft veranderd
In onze tijd is dat natuurlijke ritme volledig verstoord. Slimme voedselbedrijven hebben suiker en geraffineerde koolhydraten omgevormd tot een constante energiebron. Niet omdat het lichaam dat nodig heeft, maar omdat suiker:
-
goedkoop is
-
verslavend werkt
-
en zorgt voor voortdurende consumptie
Het gevolg is een samenleving waarin insuline nooit rust krijgt, de cellen overbelast raken en het lichaam langzaam ziek wordt. De prijs wordt niet betaald door de producent, maar door de mens: in de vorm van chronische welvaartsziekten.
Vasten: het vuur tijdelijk uit de oven halen
Intermittent fasting doorbreekt dit patroon. Door tijdelijk niet te eten en tegelijk koolhydraten sterk te beperken, stopt de constante aanvoer van “afval”. Insuline krijgt rust. De mitochondriën worden ontlast. Het lichaam hoeft niet langer te verbranden wat het liever kwijt is, maar kan weer overschakelen op zijn normale, schone energievoorziening: vetverbranding en de aanmaak van ketonen in de lever. Deze energieproductie geeft minder schadelijke bijproducten en zorgt voor stabiliteit in plaats van pieken en dalen.
Vasten is daarmee geen ontzegging, maar onderhoud. Net zoals een verbrandingsoven af en toe uit moet om schade te voorkomen, heeft ook het lichaam periodes van rust nodig.
Terug naar lichamelijk orde in plaats van vechten tegen ziekte
Bij Corazon zien wij vasten niet als een extreme maatregel, maar als een herstel van een eeuwenoud ritme. Door suiker weer terug te brengen naar waar het hoort – incidenteel en seizoensgebonden – en het lichaam ruimte te geven om zijn eigen reserves te gebruiken, ontstaat er opnieuw balans. Veel chronische ziekten zijn geen mysterieuze vijanden, maar signalen dat het lichaam te lang in een onnatuurlijke toestand heeft gefunctioneerd. Intermittent fasting helpt die toestand stap voor stap te verlaten.
Vasten een oude weg, die wij opnieuw ontdekken
Vasten is geen moderne vondst en geen gezondheidstrend. Jezus zelf vastte. Niet om zichzelf te kwellen, maar om helder te worden, om ruimte te maken voor God, en om het lichaam niet de baas te laten zijn over de geest.
In de Kerk is dat nooit vreemd geweest. De veertigdagentijd is eeuwenlang een normaal ritme geweest van matiging, eenvoud en bezinning. Minder eten, soberder leven, het lichaam tot rust brengen. Niet uit plicht, maar uit wijsheid. Opvallend is dat juist in christelijke gemeenschappen waar dit ritme bewaard bleef, mensen vaak ouder werden, met minder welvaartsziekten. Dat zien we vandaag ook wetenschappelijk bevestigd: perioden van vasten en matiging houden het lichaam gezonder, verminderen ontstekingen en vertragen veroudering.
Dat is geen toeval.
De Bijbel spreekt verrassend vaak over voedsel. Over wat voedt en wat schaadt. Over maat houden, over eenvoud, over luisteren naar het lichaam als gave van God. Het probleem is niet dat deze wijsheid religieus was, maar dat mensen er wetten van hebben gemaakt, regels zonder hart. Terwijl Gods bedoeling altijd is geweest: leven, gezondheid en vreugde.
Vasten is dan ook geen straf. Het is zorg. Zorg voor het lichaam dat ons is toevertrouwd.
En Jezus? Die wil nooit dat wij lijden om het lijden. Hij wil het goede voor jou en voor mij. Een lichaam dat meewerkt in plaats van tegenwerkt. Een leven met ruimte, rust en vertrouwen.
Misschien is vasten daarom geen stap terug,
maar juist een stap terug naar goedleven.